Waarom marketeers ook schuldig zijn aan influencerfraude
Waarom marketeers ook schuldig zijn aan influencerfraude
Team Coosto
Last update:
21/8/2025
Inhoudsopgave
De confronterende uitzending van Rambam over influencers staat niet op zich. Vorige week werden tientallen zelfverklaarde Britse Instagram-influencers in een – inmiddels offline gehaald – artikel van Medium ontmaskerd als fake, fraud of phony. Hun ‘misdaad’? Ze hanteerden allerlei tactieken, betaald of onbetaald, om hun volgersaantal op Instagram kunstmatig te vergroten. Follow-unfollow, volgers kopen, dat soort praktijken. De reflex van veel marketeers na dit nieuws was even bedenkelijk als voorspelbaar.
In een reactie die het midden hield tussen leedvermaak en vermoorde onschuld, sprak de marketingwereld er via de trending hashtag #opInstaFake vooral schande van. De betrokken influencers werden weggehoond. En dat is op zijn minst discutabel. Want wij marketeers zouden na het zoveelste schandaal op z’n minst óók naar onszelf moeten kijken.
Waarom nemen we het influencers immers kwalijk dat zij er alles aan doen om zo hoog mogelijk te scoren op de criteria waarop wij hen zelf beoordelen? Wij zijn in veel gevallen medeschuldig, omdat wij het systeem hebben opgetuigd waarin influencers dit soort trucjes nodig (denken te) hebben om niet uit de gratie te vallen.
We zouden een voorbeeld moeten nemen aan hoe de wielersport heeft geleerd van de dopingproblematiek. Daar werd kritiek na dopingschandalen in eerste instantie ook volledig op de renners gericht. Nu begint men echter in te zien dat de sport ook de hand in eigen boezem moet steken. Door koersen onmenselijk zwaar te maken, móest er wel doping gebruikt worden om mee te kunnen blijven doen in de ratrace. Je ziet wieleretappes nu langzaam maar zeker korter, haalbaarder en realistischer worden, zonder dat het iets afdoet aan de spanning van de sport.
Bereik wordt aangezien voor invloed
Is dit oud nieuws voor marketing? Volgens influencer marketeer Philip Brown niet. Hij ziet dat veel merken en bureaus hun succes in influencer marketing nog steeds puur bepalen op basis van bereik. Dat is dan ook vaak het argument waarmee campagnes worden opgestart. Een ‘ordinair wedstrijdje oogballen tellen’, zoals Brown het noemt. De daadwerkelijke invloed, waar influencer marketing (in theorie in ieder geval) om te doen is, blijft meestal onbesproken. Of merken met de campagnes ook daadwerkelijk de juiste doelgroep bereiken? Onduidelijk. Hoe de attitude van de doelgroep ten opzichte van het product verschuift? Onbekend. We zijn de eersten om te zeggen dat bereik niet heilig is in influencercampagnes, maar als puntje bij paaltje komt, dan blijken we toch massaal vooral bereik of CPM te meten. 3 factoren die ons denken in bereik blijven voeden:
1. Gemakzucht
Bereik is in veel opzichten gemakkelijker dan een op kwaliteit van de content gebaseerd doel, en is daarom aantrekkelijker om te kiezen. Dat is op zich geen nadeel, maar een bereikdoelstelling stuurt daarmee ook gemakzuchtig en ongewenst marketinggedrag.
Een voorbeeld. Stel, de doelstelling van je influencermarketingcampagne is een bereik van 1 miljoen. Zo’n doel dwingt je niet om na te denken over een match tussen influencer en merk. Het dwingt je niet om na te denken over relevantie van het bereikte publiek. Het dwingt je niet om je creativiteit aan te spreken voor originele social media posts. Het dwingt je niet om je extra in te spannen voor een constructie van diverse micro-influencers waarmee je preciezer en efficiënter jouw doelgroep bereikt.
Het is bovendien een doelstelling die gemakkelijk afgekocht kan worden: Sta je er niet goed voor of dreig je de doelstelling toch niet te halen? Betaal een influencer gewoon om nóg een post te plaatsen.
2. Gebrek aan attributie
En we komen ermee weg omdat (klanten bij) merken het toelaten. Of omdat ze zo’n doelstelling misschien wel zelf neerleggen bij bureaus, die zij op hun beurt welwillend accepteren. Het is dan jouw taak om de discussie aan te gaan, om klanten te leren dat bereik niet de enige doelstelling mag zijn. Want hoe gemakkelijk het ook is om nu de show te stelen met indrukwekkende cijfers: op termijn is het volstrekt onhoudbaar.
Als er bij een klant namelijk intern wordt gevraagd naar attributie, zullen ook bureaus zich moeten verantwoorden. Wat is het behaalde bereik nu daadwerkelijk waard? Wordt er na de campagne anders naar het merk gekeken? Is de brand awareness gestegen door de campagne? Hoeveel van de successen die je boekt zijn toe te schrijven aan je influencercampagne? Als jij de klant niet uitlegt dat dit essentiële vragen zijn, dan doet een ander het en ben je je klant kwijt.
3. Algemene cultuur
Maar het denken in bereik gaat verder dan marketing. In de hele popcultuur hebben we een natuurlijke fascinatie voor alles wat populair is. We maken lijstjes met de meest verkochte muziek, de grootste Instagram-accounts en we scheppen graag op over hoeveel fans ons merk op Facebook heeft. Die houding vertaalt zich door naar een haast automatische focus op de grootste accounts op platformen als YouTube en Instagram als we zoeken naar een influencer.
We hebben als Coosto geprobeerd een klein barstje in deze hardnekkige denkwijze te schoppen, door eens een ranglijst van YouTube-influencers te publiceren die niet gebaseerd is op bereik, views of volgers, maar op een andere belangrijke KPI: interactie. De Social Vlogger Top 100 is een ranglijst die laat zien welke YouTubers gemiddeld de meeste reacties krijgen op video’s. Je ziet dat Nederlands allerbekendste en meest gevraagde social contentmakers dan ineens niet meer de dienst uitmaken, wat de ogen van bereik-gefocuste merken en bureaus hopelijk doet openen.
Ook interactie kan worden gekocht
Zijn dit soort nieuwe-stijl-lijstjes dan wel de heilige graal? Nee, helaas. Want ook interactie is niet allesbepalend, en er zijn genoeg voorbeelden die aantonen dat ook interactie gekocht of onderling geregeld kan worden. We moeten überhaupt stoppen met zoeken naar die heilige graal. Er is niet één geheim om de perfecte influencers voor je merk te vinden.
Hoe moet het dan wel?
Het komt aan op een mix van verschillende KPI’s, waar bereik en interactie samengaan met een flinke dosis gezond verstand. Het allerbelangrijkste: steek tijd en energie in de onderzoeksfase. Want om te bepalen of een influencer geschikt is voor jouw merk, moet je niet alleen berekenen of zijn bereik en interactie de moeite waard zijn, maar ook in hoeverre deze statistieken organisch lijken.
Doe ook eens een inhoudsanalyse, die verdergaat dan de cijfers die glinsteren op je beeldscherm. Bepaal of de gepercipieerde eigenschappen van een influencer daadwerkelijk iets toevoegen aan jouw merkbetekenissen, of daar in elk geval mee in lijn zijn. Zie je mogelijkheden voor een oprechte samenwerking waarin ook de influencer een creatierol krijgt, of blijft het beperkt tot ‘u vraagt, wij draaien’? Staat een influencer open voor langetermijnsamenwerkingen of alleen eenmalige schnabbels? Werkt een influencer al met andere merken?
Scroll eens door de reacties en volgers van een persoon, en bekijk of je veel rare namen tegenkomt of nietszeggende reacties van ‘lege’ accounts. Is dat het geval, dan kun je beter even doorzoeken.
Zelfs als iemands volgersaantal eindigt met 5 of 6 nullen.
In drie maanden leidde het publieke online debat over woningnood tot 55.560 reacties; van alle gemeten woede-uitingen heeft 58% een hoge intensiteit.
Eindhoven, 15 april 2026: Nederland kampt met een aanhoudende wooncrisis, stagnerende bouwdoelen en felle discussies over betaalbaarheid. Tegen die achtergrond analyseerde Coosto het publieke online debat over woningnood. Tussen 2 november 2025 en 2 februari 2026 werden 27.039 publieke online berichten en de bijbehorende 55.560 reacties onderzocht, goed voor een bereik van 114 miljoen weergaven. De analyse laat zien dat het debat verder verhardt: frustratie en bezorgdheid domineren in volume, terwijl vooral de hoge intensiteit van woede-uitingen opvalt.
Frustratie voert de boventoon, intensiteit van woede valt op
Uit de analyse blijkt dat frustratie de meest voorkomende emotie is, gevolgd door bezorgdheid. Omdat binnen één bericht meerdere emoties kunnen voorkomen, overlappen de percentages.
Frustratie: aanwezig in 16.400 berichten (61%)
Bezorgdheid: aanwezig in 13.800 berichten (51%)
Teleurstelling: aanwezig in 8.162 berichten (30%)
Woede: aanwezig in 7.465 berichten (28%)
Ook is per emotie gekeken naar de intensiteit: laag, gemiddeld of hoog. Hoewel frustratie het vaakst voorkomt, valt binnen de categorie woede vooral de intensiteit op. Van de gemeten woede-uitingen is 58% hoog van intensiteit.
Van nieuwsbericht naar lokaal oordeel
Nieuwsmedia zijn met 40% van de berichten de grootste aanjager in de analyse. Daarna verplaatst het gesprek zich naar platforms als Facebook (28%) en X (19%), waar de discussie zich voortzet in 14.438 social media-berichten. Binnen het totale volume van 82.599 interacties laat de data een verschuiving zien van onmacht over landelijk beleid naar oordelen over lokale situaties. Interpretaties rond specifieke thema’s, zoals scheefwonen of lokale asielopvang, verspreiden zich daarbij snel. Daarmee groeit woningnood online uit tot een steeds gevoeliger reputatievraagstuk voor woningcorporaties en andere organisaties in het woondomein.
Piekmomenten: van woonkloof tot bouwvergunningen
In de analyseperiode zijn meerdere piekmomenten zichtbaar waarin emotie, bereik en interactie toenemen, gekoppeld aan nieuwsaanleidingen:
13 januari, piek in frustratie: rond berichtgeving over de woningmarkt en de positie van starters, met een bereik van 2,9 miljoen weergaven.
30 januari, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over bouwvergunningen en het aanhoudende woningtekort, met 3.595 reacties en 8,4 miljoen weergaven.
3 december, waardering rond lokale successen: positief sentiment in de vorm van waardering en trots bereikte 292.207 weergaven, onder meer rond gemeenten die hun bouwdoelen in 2025 wel haalden.
Maxime van Boekhold, Marketing & Communicatie Manager bij Coosto: “Met 27.039 berichten en 55.560 reacties ontstaat snel beeldvorming over woningnood. Wanneer woede daarbij vaak hoog van intensiteit is (58%), verhardt het publieke gesprek en kan dat direct doorwerken in het vertrouwen in woningcorporaties en andere organisaties in het woondomein.”
Onderzoeksmethode
Coosto analyseerde 27.039 publieke online berichten over de woningnood in de periode van 2 november 2025 tot en met 2 februari 2026. Emoties en intensiteit zijn gemeten met EmotionAI: een AI-gedreven model dat berichten indeelt in specifieke emotiecategorieën en de bijbehorende intensiteit bepaalt (laag, gemiddeld, hoog). Alle resultaten worden uitsluitend op geaggregeerd niveau gerapporteerd.
Schoolveiligheid onder de loep: emoties als stuurinstrument
Het online debat over schoolveiligheid wordt steeds emotioneler. Negatieve gevoelens zoals bezorgdheid, frustratie en woede domineren, terwijl positieve signalen afnemen. Die verschuiving vraagt om inzicht in emoties, intensiteit en context om effectieve communicatie en beleidsbeslissingen te ondersteunen.
Onderzoek naar sentiment rond schoolveiligheid
In een analyse van 12.425 publieke online berichten (november 2025 - februari 2026) zagen we dat het aandeel negatieve emoties opliep tot 61%, terwijl positieve signalen terugvielen naar 18%.
Wat vooral opvalt, is niet alleen de richting van die ontwikkeling, maar de samenstelling ervan. Bezorgdheid is in 65,5% van de berichten aanwezig. Daarnaast zien we frustratie (39,7%), woede (27%) en teleurstelling (20,6%) steeds nadrukkelijker terugkomen. Je zou hieruit kunnen concluderen dat er duidelijk zorgen leven in Nederland rond de veiligheid van kinderen op school.
Emotionele pieken in het online debat zichtbaar
Tijdens de onderzoeksperiode zijn verschillende momenten zichtbaar waarop emoties en interactie sterk toenemen. Deze pieken zijn direct gekoppeld aan nieuwsitems of evenementen, wat laat zien dat emoties in het onderwijsdebat niet zomaar ontstaan, maar een reactie vormen op specifieke triggers.
22 januari – Frustratie rond geweldsvideo’s Op deze dag bereikte frustratie een hoogtepunt. Media berichtten over geweldsvideo’s die zouden circuleren op middelbare scholen. Dit leidde tot meer dan 3.000 reacties, waarin ouders, leerlingen en leraren hun bezorgdheid en kritiek uitten. De intensiteit van frustratie was hier opvallend hoog, wat aangeeft dat berichten over dreigend of ongepast gedrag direct emotionele reacties oproepen.
22 januari – Bezorgdheid door digitale dreiging Op dezelfde dag was ook een piek in bezorgdheid merkbaar, gerelateerd aan berichten over mogelijke schoolsluitingen door digitale dreigingen. Deze combinatie van frustratie en bezorgdheid toont hoe nieuws over veiligheidsrisico’s snel emotioneel geladen discussies kan triggeren en beleidsdruk kan verhogen.
9 december – Bezorgdheid over gelijke behandeling Een eerdere piek deed zich voor op 9 december, rond berichtgeving over gelijke behandeling op school. Hier lag de nadruk op structurele zorgen en maatschappelijke normen, wat laat zien dat negatieve emoties niet alleen ontstaan bij acute incidenten, maar ook bij brede beleids- en cultuurvragen binnen onderwijsinstellingen.
12 december – Trots tijdens Paarse Vrijdag Niet alle pieken zijn negatief. Op 12 december ontstond een duidelijke piek in trots, gekoppeld aan Paarse Vrijdag, een initiatief voor acceptatie en een veilige schoolomgeving. Hier laten positieve emoties zien dat tastbare acties en samenwerking direct bijdragen aan erkenning, waardering en zichtbare trots in het online debat.
Sarcasme herkennen in online gesprekken
Sarcasme is lastig te meten, omdat mensen vaak het tegenovergestelde zeggen van wat ze bedoelen. De interpretatie hangt sterk af van context, toon en eerdere interacties. Een opmerking als:
“Oh fantastisch, nóg een maatregel die niemand controleert”
klinkt positief, maar drukt juist frustratie en wantrouwen uit. Ook dat soort nuance wordt zichtbaar met EmotionAI.
Waarom sarcasmedetectie belangrijk is
Sarcasme kan wijzen op afnemend vertrouwen in beleid of betrokken organisaties. Het herkennen ervan is daarom essentieel om sentiment niet verkeerd te interpreteren. Door sarcasme te onderscheiden van oprechte positiviteit, krijgen bestuurders en communicatieteams beter zicht op verborgen kritiek, onderliggende zorgen en mogelijke reputatiedruk.
Emoties verschuiven rond beleid en uitvoering
Uit de analyse blijkt dat emoties niet willekeurig ontstaan, maar zich concentreren rond thema’s als verantwoordelijkheid, maatregelen en samenwerking.
Zolang beleid abstract blijft, domineren zorgen en frustratie.
Zodra de uitvoering zichtbaar wordt — bijvoorbeeld in samenwerking tussen scholen, politie en lokale partners — maken die negatieve emoties vaker plaats voor trots en waardering.
Positieve emoties blijken daarmee sterk verbonden aan concrete actie. Voor bestuurders betekent dit dat reputatie niet alleen wordt beïnvloed door incidenten, maar vooral door de mate waarin maatregelen zichtbaar, begrijpelijk en navolgbaar zijn.
Reputatiemanagement vraagt om context
Niet alleen het volume bepaalt de reputatiedruk, maar ook de intensiteit en lading van berichten. Een beperkt aantal sterk emotionele reacties kan meer impact hebben dan een grote stroom milde opmerkingen. Door emoties altijd in context te analyseren — bijvoorbeeld per thema, school of maatregel — ontstaat een betrouwbaarder en genuanceerder beeld van het publieke sentiment. Dat helpt om:
Structurele zorgen vroegtijdig te signaleren
Te herkennen wanneer kritiek omslaat in verontwaardiging
Gerichte interventies te bepalen die vertrouwen helpen herstellen
Van emotioneel inzicht naar strategische keuzes
Het debat over schoolveiligheid laat zien dat reputatievorming steeds meer wordt gestuurd door onderliggende gevoelens die worden uitgesproken en anderen beïnvloeden, niet alleen door feiten of incidenten.
Wie alleen kijkt naar positief, negatief en neutraal sentiment, mist de emotionele dynamiek die het gesprek richting geeft, en daarmee controle.
Door emoties, intensiteit en context samen te analyseren, krijgen onderwijsbestuurders strategisch inzicht: niet alleen om reputatierisico’s te beperken, maar ook om draagvlak te versterken.
Lees meer over EmotionAI en ontdek hoe je maatschappelijke discussies vertaalt naar een onderbouwde communicatiestrategie en effectieve beleidsvorming.
Online debat over schoolveiligheid: woede sterk aanwezig
Woede is in 63% van de gevallen hoog van intensiteit; 14.362 reacties in drie maanden
Eindhoven, 4 maart 2026: Het aantal geweldsincidenten in het onderwijs nam afgelopen schooljaar opnieuw toe. Tegen deze achtergrond analyseerde Coosto het publieke online debat over veiligheidsrisico’s in het onderwijs, waaronder geweld, intimidatie, (online) pesten, discriminatie en seksuele grensoverschrijding. In de periode van 11 november tot en met 11 februari werden 17.014 publieke online berichten geanalyseerd: 2.652 posts met 14.362 reacties. Het totale geschatte bereik in deze periode bedraagt 24.582.926 weergaven. De analyse toont een fundamentele verharding van het debat; hoewel bezorgdheid in volume domineert, is de emotionele intensiteit van de woede-berichten opvallend hoog.
Bezorgdheid voert de boventoon, intensiteit van woede valt op
In de emotieverdeling komt bezorgdheid het vaakst voor (24,84%), gevolgd door frustratie (12,45%). In het debat komt ook woede nadrukkelijk terug (7,30%).
Naast de verdeling is gekeken naar intensiteit (laag, gemiddeld, hoog). Daarbij valt op dat woede relatief vaak als hoog is geclassificeerd (63,2% van de woede-berichten). Ook bij bezorgdheid en frustratie komen regelmatig berichten met hoge intensiteit voor.
Van incident naar oordeel
De data laat zien hoe snel dit onderwerp kan verschuiven van incident naar oordeel. Met 14.362 reacties op 2.652 posts ontstaat een debat waarin interpretaties en verwijten zich snel verspreiden. Dat maakt onderwijsveiligheid reputatiegevoelig: incidenten kunnen in korte tijd doorwerken in het vertrouwen in scholen en besturen.
Toine Verheul, CEO van Coosto: “Met 14.362 reacties op 2.652 posts ontstaat snel beeldvorming over schoolveiligheid. Als woede daarbij hoog-intens is (63,2%), verhardt de toon en kan dat doorwerken in het vertrouwen in scholen en besturen.”
Nieuws als aanjager, social versterkt
Meer dan de helft van de berichten in de dataset is afkomstig uit nieuwsmedia (53,4%). Daarna volgen Facebook (18,6%), blogs (9,4%) en Instagram (8,3%). Dit wijst op een patroon waarin nieuwsaanleidingen het onderwerp op de agenda zetten, waarna het debat doorloopt op social media en in reacties.
Piekmomenten: van geweldsvideo’s tot Paarse vrijdag
In de periode zijn meerdere pieken zichtbaar waarin emoties en interactie toenemen, gekoppeld aan nieuwsaanleidingen:
22 januari, piek in frustratie: rond berichtgeving over geweldsvideo’s die op middelbare scholen zouden circuleren. Dit onderwerp leidde tot meer dan 3.000 reacties.
22 januari, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over digitale dreiging, waarbij scholen tijdelijk zouden moeten sluiten.
9 december, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over gelijke behandeling op school.
12 december, piek in trots: rond Paarse Vrijdag, met uitingen van steun voor acceptatie en een veilige schoolomgeving.
Onderzoeksmethode
Coosto analyseerde 17.014 publieke online berichten over veiligheidsrisico’s in het onderwijs in de periode 11 november t/m 11 februari. Emoties en intensiteit zijn geclassificeerd met EmotionAI, een AI-gebaseerde methode voor emotieclassificatie die berichten indeelt in meerdere emotiecategorieën en intensiteitsniveaus (laag, gemiddeld, hoog). Resultaten worden uitsluitend op geaggregeerd niveau gerapporteerd.
Ontdek in real-time hoe klanten jouw merk ervaren — van klachten tot complimenten. Monitor de sentimenten in online berichten en reviews, en reageer proactief om je reputatie te beschermen en te versterken.