Waarom een nieuw social media platform vrijwel nooit een succes wordt
Waarom een nieuw social media platform vrijwel nooit een succes wordt
Team Coosto
Last update:
27/8/2025
Inhoudsopgave
Niks nieuws onder de horizon
Vero verscheen in 2015 al in de App Store. Destijds was er echter bar weinig aandacht voor:
Zoals bovenstaande grafiek ook laat zien, ontstond er vorige week ineens flinke buzz rondom dit nieuwe social media platform. De manier waarop Vero die buzz heeft gecreëerd, is slim. Ze besloot Instagram en Facebook-gebruikers in de Verenigde Staten te targeten die weinig meer met de platformen lijken te hebben. Daarnaast werkte Vero samen met een aantal populaire influencers, wat duizenden nieuwe aanmeldingen opleverde. Vanaf dat moment begon het balletje pas écht te rollen: in het kader van Fear Of Missing Out volgde de ene aanmelding na de ander. En waarom ook niet? De veranderende algoritmes van Instagram en Facebook (waarvan akte) en de nieuwe lay-out van Snapchat geven ons alle redenen om iets nieuws te proberen.
Vero vooral populair onder early adopters en Instagramgebruikers
Bij de komst van een nieuw social media platform zijn het altijd de early adopters die als eerste op verkenning gaan. Ze downloaden de app omdat ze benieuwd zijn naar de laatste, technologische ontwikkelingen. Ook op Vero zijn veel early adopters (tijdelijk) aanwezig, al wordt het nieuwe social media platform ook volop gepromoot door Instagramgebruikers. Vero lijkt daarbij een platform met potentie: eindelijk een social media kanaal zónder algoritme en advertenties. De kans dat jouw volgers je updates zien, wordt daarmee een stuk groter: als je maar vaak genoeg post. En stiekem klinkt dat voor marketeers als muziek in de oren. Maar moet je altijd zo'n hype volgen? En hoe houdbaar is zo’n nieuw social media platform?
Schijn bedriegt
Een social media platform zonder algoritme klinkt als vernieuwing. Een frisse wind. Toch is ieder social media platform zo begonnen. En hoewel we misschien niet zo fan zijn van een tijdlijn die wordt bepaald door een algoritme, is het ook een bepaalde noodzaak. Een tijdlijn die niet wordt gecureerd en alles zomaar doorplaatst en rangschikt op basis van chronologie, is namelijk net zo goed te beïnvloeden als het algoritme dat we kennen vandaag de dag. Hoe we dat in de praktijk merken? Gebruikers gaan zoveel mogelijk posten om ervoor te zorgen dat hun berichten de meest recente berichten zijn. Dat zorgt er namelijk voor dat die berichten bovenaan in je tijdlijn verschijnen. Ongeacht of jij de content interessant vindt. Engagement ontstaat dus op basis van hoe vaak je iets plaatst. En het is maar de vraag of dat de kwaliteit ten goede komt.
Nieuwe social media platformen worden bijna nooit een succes
Laten we eerlijk zijn: Vero is niet het enige nieuwe platform dat is gelanceerd. Ello, Peach en Mastodon (say what?) zijn zomaar 3 initiatieven die in het verleden hebben getracht de concurrentie aan te gaan met de grote jongens. Wat al deze initiatieven gemeen hadden: er lonkte voor even succes. Deze platformen boden namelijk features, mogelijkheden en oplossingen aan die ontbreken of ontbraken op huidige social media. Zeker 9 van de 10 keer ging het om ontwikkelingen die wij – social media gebruikers – als storend ervoeren. Ook Vero is zo ontstaan.
Tóch sterven deze nieuwe platformen bijna altijd een stille dood. En de psychologie die daarachter schuilt, is interessant. Want hoewel niemand fan lijkt te zijn van de algoritme-veranderingen van Facebook en Instagram: we blijven de platformen toch gebruiken. Mensen zijn gewoontedieren. We zijn iets gewend, en de veiligheid en herkenbaarheid die dat met zich meebrengt, zorgt ervoor dat we moeilijk veranderen. Het veranderen van social media platform lijkt op het kopen van een ander type telefoon, waarbij je alle contacten handmatig moet invoeren. Dat stelt dr. Sharon Coen, social en media-psycholoog bij Salford University. Een van de belangrijkste motivaties om specifieke social media te blijven gebruiken, is het koesteren van je connecties. Het netwerk dat je hebt opgebouwd door de jaren heen, wil je niet verliezen. Dat netwerk verlies je wel degelijk als je een nieuw social media platform gaat gebruiken: je begint weer bij 0. Coen geeft daarbij aan dat je niet alleen connecties verliest, maar ook herinneringen. Neem bijvoorbeeld Facebook. Het platform is een soort van dagboek geworden, waarbij je dagelijks herinneringen krijgt te zien van een aantal jaar geleden. Ook dat raak je kwijt als je een ander platform gaat gebruiken. Er moet dus heel wat tegenover staan, wil die verandering de moeite waard zijn.
Wat bepaalt dan het succes van een nieuw social media platform?
Het geheim van een succesvol social platform is een gemakkelijke interface, met de mogelijkheid om snel en regelmatig content te delen. Dat past bij onze voorliefde voor eenvoud en onze beperkte mogelijkheid om informatie te verwerken, aldus Allie Johns, een freelance media psycholoog. Aan de andere kant moet een social platform iets nieuws bieden om ervoor te zorgen dat we de verandering de moeite waard vinden. Facebook en X hebben tot in de puntjes uitgezocht wat hun gebruikers écht willen, maar ze zijn er dan ook een paar jaar mee bezig geweest. Vero is nog lang niet zover. Wat zou het social media platform dan moeten doen om ervoor te zorgen dat mensen er tijd en energie in willen steken?
Het antwoord schuilt in de mogelijkheid om je netwerk snel, en op een creatieve manier, op te kunnen bouwen. Johns noemt het ook wel sociaal kapitaal. We zijn huiverig om weg te gooien wat we tot op heden hebben opgebouwd. Waarom zou je zomaar 600 vrienden dan wel volgers willen verwisselen voor 3?
Vero mist een aantal kritische succesfactoren
Sinds een aantal dagen heb ik Vero op mijn telefoon staan. Toegegeven: de interface ziet er gaaf en clean uit. Een prettige user interface is echter slechts één miniscuul onderdeel dat bijdraagt aan het succes van een platform. Als we het gaan hebben over het opbouwen van het sociaal kapitaal, dan schiet Vero op alle vlakken tekort. Het zoeken naar vrienden gaat moeilijk, de app loopt vaak vast en namen van gebruikers worden soms niet ingeladen. Factoren die de snelheid om een sociaal kapitaal op te bouwen belemmeren.
De populariteit die het platform nu krijgt door de vele influencers die het platform omarmen, is daarbij niet geschikt voor de langere termijn. Het kan namelijk wel gaaf zijn dat Max Joseph – programmamaker van o.a. MTV’s Catfish - op Vero zit, maar als mijn vrienden en familie het niet gaan gebruiken, waarom zou ik dan een account aanmaken? En dat werkt vice versa. Als ik geen account aanmaak, geef ik mijn vrienden en familie ook geen reden om een account aan te maken. Gevolg: Vero bevat té weinig gebruikers om relevante doelgroepen te bereiken. Als marketeer is het daarom ook zonde om je tijd en energie in dit nieuwe platform te steken.
Het aantal gebruikers daargelaten, Vero mist kritische factoren die een nieuw social media initiatief tot een succes kunnen maken. Er zit een houdbaarheidsdatum op. De drempel om er als gebruiker actief mee aan de slag te gaan, ligt te hoog. Als je eenmaal een account hebt aangemaakt, krijg je er bovendien weinig voor terug. Mijn advies: Vero kun je als marketeer met een gerust hart aan je voorbij laten gaan. Laat je liever inspireren door bedrijven die huidige social media platformen succesvol inzetten. Ben je toch benieuwd hoe het platform zich de komende tijd gaat ontwikkelen? Dan adviseer ik om een paar weken af te wachten. Monitor in welke mate er op en over Vero wordt gesproken en op welke manier. En lijkt de buzz te verdwijnen na verloop van tijd?
Grote kans dat het platform dan al een stille dood is gestorven.
In drie maanden leidde het publieke online debat over woningnood tot 55.560 reacties; van alle gemeten woede-uitingen heeft 58% een hoge intensiteit.
Eindhoven, 15 april 2026: Nederland kampt met een aanhoudende wooncrisis, stagnerende bouwdoelen en felle discussies over betaalbaarheid. Tegen die achtergrond analyseerde Coosto het publieke online debat over woningnood. Tussen 2 november 2025 en 2 februari 2026 werden 27.039 publieke online berichten en de bijbehorende 55.560 reacties onderzocht, goed voor een bereik van 114 miljoen weergaven. De analyse laat zien dat het debat verder verhardt: frustratie en bezorgdheid domineren in volume, terwijl vooral de hoge intensiteit van woede-uitingen opvalt.
Frustratie voert de boventoon, intensiteit van woede valt op
Uit de analyse blijkt dat frustratie de meest voorkomende emotie is, gevolgd door bezorgdheid. Omdat binnen één bericht meerdere emoties kunnen voorkomen, overlappen de percentages.
Frustratie: aanwezig in 16.400 berichten (61%)
Bezorgdheid: aanwezig in 13.800 berichten (51%)
Teleurstelling: aanwezig in 8.162 berichten (30%)
Woede: aanwezig in 7.465 berichten (28%)
Ook is per emotie gekeken naar de intensiteit: laag, gemiddeld of hoog. Hoewel frustratie het vaakst voorkomt, valt binnen de categorie woede vooral de intensiteit op. Van de gemeten woede-uitingen is 58% hoog van intensiteit.
Van nieuwsbericht naar lokaal oordeel
Nieuwsmedia zijn met 40% van de berichten de grootste aanjager in de analyse. Daarna verplaatst het gesprek zich naar platforms als Facebook (28%) en X (19%), waar de discussie zich voortzet in 14.438 social media-berichten. Binnen het totale volume van 82.599 interacties laat de data een verschuiving zien van onmacht over landelijk beleid naar oordelen over lokale situaties. Interpretaties rond specifieke thema’s, zoals scheefwonen of lokale asielopvang, verspreiden zich daarbij snel. Daarmee groeit woningnood online uit tot een steeds gevoeliger reputatievraagstuk voor woningcorporaties en andere organisaties in het woondomein.
Piekmomenten: van woonkloof tot bouwvergunningen
In de analyseperiode zijn meerdere piekmomenten zichtbaar waarin emotie, bereik en interactie toenemen, gekoppeld aan nieuwsaanleidingen:
13 januari, piek in frustratie: rond berichtgeving over de woningmarkt en de positie van starters, met een bereik van 2,9 miljoen weergaven.
30 januari, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over bouwvergunningen en het aanhoudende woningtekort, met 3.595 reacties en 8,4 miljoen weergaven.
3 december, waardering rond lokale successen: positief sentiment in de vorm van waardering en trots bereikte 292.207 weergaven, onder meer rond gemeenten die hun bouwdoelen in 2025 wel haalden.
Maxime van Boekhold, Marketing & Communicatie Manager bij Coosto: “Met 27.039 berichten en 55.560 reacties ontstaat snel beeldvorming over woningnood. Wanneer woede daarbij vaak hoog van intensiteit is (58%), verhardt het publieke gesprek en kan dat direct doorwerken in het vertrouwen in woningcorporaties en andere organisaties in het woondomein.”
Onderzoeksmethode
Coosto analyseerde 27.039 publieke online berichten over de woningnood in de periode van 2 november 2025 tot en met 2 februari 2026. Emoties en intensiteit zijn gemeten met EmotionAI: een AI-gedreven model dat berichten indeelt in specifieke emotiecategorieën en de bijbehorende intensiteit bepaalt (laag, gemiddeld, hoog). Alle resultaten worden uitsluitend op geaggregeerd niveau gerapporteerd.
Schoolveiligheid onder de loep: emoties als stuurinstrument
Het online debat over schoolveiligheid wordt steeds emotioneler. Negatieve gevoelens zoals bezorgdheid, frustratie en woede domineren, terwijl positieve signalen afnemen. Die verschuiving vraagt om inzicht in emoties, intensiteit en context om effectieve communicatie en beleidsbeslissingen te ondersteunen.
Onderzoek naar sentiment rond schoolveiligheid
In een analyse van 12.425 publieke online berichten (november 2025 - februari 2026) zagen we dat het aandeel negatieve emoties opliep tot 61%, terwijl positieve signalen terugvielen naar 18%.
Wat vooral opvalt, is niet alleen de richting van die ontwikkeling, maar de samenstelling ervan. Bezorgdheid is in 65,5% van de berichten aanwezig. Daarnaast zien we frustratie (39,7%), woede (27%) en teleurstelling (20,6%) steeds nadrukkelijker terugkomen. Je zou hieruit kunnen concluderen dat er duidelijk zorgen leven in Nederland rond de veiligheid van kinderen op school.
Emotionele pieken in het online debat zichtbaar
Tijdens de onderzoeksperiode zijn verschillende momenten zichtbaar waarop emoties en interactie sterk toenemen. Deze pieken zijn direct gekoppeld aan nieuwsitems of evenementen, wat laat zien dat emoties in het onderwijsdebat niet zomaar ontstaan, maar een reactie vormen op specifieke triggers.
22 januari – Frustratie rond geweldsvideo’s Op deze dag bereikte frustratie een hoogtepunt. Media berichtten over geweldsvideo’s die zouden circuleren op middelbare scholen. Dit leidde tot meer dan 3.000 reacties, waarin ouders, leerlingen en leraren hun bezorgdheid en kritiek uitten. De intensiteit van frustratie was hier opvallend hoog, wat aangeeft dat berichten over dreigend of ongepast gedrag direct emotionele reacties oproepen.
22 januari – Bezorgdheid door digitale dreiging Op dezelfde dag was ook een piek in bezorgdheid merkbaar, gerelateerd aan berichten over mogelijke schoolsluitingen door digitale dreigingen. Deze combinatie van frustratie en bezorgdheid toont hoe nieuws over veiligheidsrisico’s snel emotioneel geladen discussies kan triggeren en beleidsdruk kan verhogen.
9 december – Bezorgdheid over gelijke behandeling Een eerdere piek deed zich voor op 9 december, rond berichtgeving over gelijke behandeling op school. Hier lag de nadruk op structurele zorgen en maatschappelijke normen, wat laat zien dat negatieve emoties niet alleen ontstaan bij acute incidenten, maar ook bij brede beleids- en cultuurvragen binnen onderwijsinstellingen.
12 december – Trots tijdens Paarse Vrijdag Niet alle pieken zijn negatief. Op 12 december ontstond een duidelijke piek in trots, gekoppeld aan Paarse Vrijdag, een initiatief voor acceptatie en een veilige schoolomgeving. Hier laten positieve emoties zien dat tastbare acties en samenwerking direct bijdragen aan erkenning, waardering en zichtbare trots in het online debat.
Sarcasme herkennen in online gesprekken
Sarcasme is lastig te meten, omdat mensen vaak het tegenovergestelde zeggen van wat ze bedoelen. De interpretatie hangt sterk af van context, toon en eerdere interacties. Een opmerking als:
“Oh fantastisch, nóg een maatregel die niemand controleert”
klinkt positief, maar drukt juist frustratie en wantrouwen uit. Ook dat soort nuance wordt zichtbaar met EmotionAI.
Waarom sarcasmedetectie belangrijk is
Sarcasme kan wijzen op afnemend vertrouwen in beleid of betrokken organisaties. Het herkennen ervan is daarom essentieel om sentiment niet verkeerd te interpreteren. Door sarcasme te onderscheiden van oprechte positiviteit, krijgen bestuurders en communicatieteams beter zicht op verborgen kritiek, onderliggende zorgen en mogelijke reputatiedruk.
Emoties verschuiven rond beleid en uitvoering
Uit de analyse blijkt dat emoties niet willekeurig ontstaan, maar zich concentreren rond thema’s als verantwoordelijkheid, maatregelen en samenwerking.
Zolang beleid abstract blijft, domineren zorgen en frustratie.
Zodra de uitvoering zichtbaar wordt — bijvoorbeeld in samenwerking tussen scholen, politie en lokale partners — maken die negatieve emoties vaker plaats voor trots en waardering.
Positieve emoties blijken daarmee sterk verbonden aan concrete actie. Voor bestuurders betekent dit dat reputatie niet alleen wordt beïnvloed door incidenten, maar vooral door de mate waarin maatregelen zichtbaar, begrijpelijk en navolgbaar zijn.
Reputatiemanagement vraagt om context
Niet alleen het volume bepaalt de reputatiedruk, maar ook de intensiteit en lading van berichten. Een beperkt aantal sterk emotionele reacties kan meer impact hebben dan een grote stroom milde opmerkingen. Door emoties altijd in context te analyseren — bijvoorbeeld per thema, school of maatregel — ontstaat een betrouwbaarder en genuanceerder beeld van het publieke sentiment. Dat helpt om:
Structurele zorgen vroegtijdig te signaleren
Te herkennen wanneer kritiek omslaat in verontwaardiging
Gerichte interventies te bepalen die vertrouwen helpen herstellen
Van emotioneel inzicht naar strategische keuzes
Het debat over schoolveiligheid laat zien dat reputatievorming steeds meer wordt gestuurd door onderliggende gevoelens die worden uitgesproken en anderen beïnvloeden, niet alleen door feiten of incidenten.
Wie alleen kijkt naar positief, negatief en neutraal sentiment, mist de emotionele dynamiek die het gesprek richting geeft, en daarmee controle.
Door emoties, intensiteit en context samen te analyseren, krijgen onderwijsbestuurders strategisch inzicht: niet alleen om reputatierisico’s te beperken, maar ook om draagvlak te versterken.
Lees meer over EmotionAI en ontdek hoe je maatschappelijke discussies vertaalt naar een onderbouwde communicatiestrategie en effectieve beleidsvorming.
Online debat over schoolveiligheid: woede sterk aanwezig
Woede is in 63% van de gevallen hoog van intensiteit; 14.362 reacties in drie maanden
Eindhoven, 4 maart 2026: Het aantal geweldsincidenten in het onderwijs nam afgelopen schooljaar opnieuw toe. Tegen deze achtergrond analyseerde Coosto het publieke online debat over veiligheidsrisico’s in het onderwijs, waaronder geweld, intimidatie, (online) pesten, discriminatie en seksuele grensoverschrijding. In de periode van 11 november tot en met 11 februari werden 17.014 publieke online berichten geanalyseerd: 2.652 posts met 14.362 reacties. Het totale geschatte bereik in deze periode bedraagt 24.582.926 weergaven. De analyse toont een fundamentele verharding van het debat; hoewel bezorgdheid in volume domineert, is de emotionele intensiteit van de woede-berichten opvallend hoog.
Bezorgdheid voert de boventoon, intensiteit van woede valt op
In de emotieverdeling komt bezorgdheid het vaakst voor (24,84%), gevolgd door frustratie (12,45%). In het debat komt ook woede nadrukkelijk terug (7,30%).
Naast de verdeling is gekeken naar intensiteit (laag, gemiddeld, hoog). Daarbij valt op dat woede relatief vaak als hoog is geclassificeerd (63,2% van de woede-berichten). Ook bij bezorgdheid en frustratie komen regelmatig berichten met hoge intensiteit voor.
Van incident naar oordeel
De data laat zien hoe snel dit onderwerp kan verschuiven van incident naar oordeel. Met 14.362 reacties op 2.652 posts ontstaat een debat waarin interpretaties en verwijten zich snel verspreiden. Dat maakt onderwijsveiligheid reputatiegevoelig: incidenten kunnen in korte tijd doorwerken in het vertrouwen in scholen en besturen.
Toine Verheul, CEO van Coosto: “Met 14.362 reacties op 2.652 posts ontstaat snel beeldvorming over schoolveiligheid. Als woede daarbij hoog-intens is (63,2%), verhardt de toon en kan dat doorwerken in het vertrouwen in scholen en besturen.”
Nieuws als aanjager, social versterkt
Meer dan de helft van de berichten in de dataset is afkomstig uit nieuwsmedia (53,4%). Daarna volgen Facebook (18,6%), blogs (9,4%) en Instagram (8,3%). Dit wijst op een patroon waarin nieuwsaanleidingen het onderwerp op de agenda zetten, waarna het debat doorloopt op social media en in reacties.
Piekmomenten: van geweldsvideo’s tot Paarse vrijdag
In de periode zijn meerdere pieken zichtbaar waarin emoties en interactie toenemen, gekoppeld aan nieuwsaanleidingen:
22 januari, piek in frustratie: rond berichtgeving over geweldsvideo’s die op middelbare scholen zouden circuleren. Dit onderwerp leidde tot meer dan 3.000 reacties.
22 januari, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over digitale dreiging, waarbij scholen tijdelijk zouden moeten sluiten.
9 december, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over gelijke behandeling op school.
12 december, piek in trots: rond Paarse Vrijdag, met uitingen van steun voor acceptatie en een veilige schoolomgeving.
Onderzoeksmethode
Coosto analyseerde 17.014 publieke online berichten over veiligheidsrisico’s in het onderwijs in de periode 11 november t/m 11 februari. Emoties en intensiteit zijn geclassificeerd met EmotionAI, een AI-gebaseerde methode voor emotieclassificatie die berichten indeelt in meerdere emotiecategorieën en intensiteitsniveaus (laag, gemiddeld, hoog). Resultaten worden uitsluitend op geaggregeerd niveau gerapporteerd.
Ontdek in real-time hoe klanten jouw merk ervaren — van klachten tot complimenten. Monitor de sentimenten in online berichten en reviews, en reageer proactief om je reputatie te beschermen en te versterken.