We zijn in contentmarketing zo druk bezig met de vragen en behoeften van onze doelgroep, dat we soms vergeten om ook nog oog te hebben voor concurrenten. En dat is zonde. Zij bedienen vaak hetzelfde publiek met ongeveer dezelfde content. Daardoor kan je concurrentiepositie verzwakken: je biedt wel waarde, maar je creëert geen thought-leadership. Er is namelijk geen duidelijke reden waarom je doelgroep specifiek jouw content moet verkiezen boven andere beschikbare content.
Wat dat betreft kunnen we leren van andere marketingdisciplines, zoals productontwikkeling. Daar is men continu op zoek naar het ‘gat in de markt’. Omdat het bedenken van compleet nieuwe producten niet altijd een optie is, wordt het onderscheidend vermogen steeds vaker gevonden in de manier waarop producten en diensten worden aangeboden.
Hoe je daarmee kunt differentiëren? Jim Barksdale, de oud-CEO van Netscape formuleert het wat kort door de bocht, maar heeft een goed punt met zijn stelling: “There are only two ways to make money in business: one is to bundle, the other is unbundle.” Bundelen en ontbundelen, het is een zichzelf herhalend proces dat binnen markten en bedrijven steeds weer nieuwe producten laat opbloeien. Een proces dat door het internet bovendien in een stroomversnelling is geraakt.
Voorbeeld: muziekindustrie
Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld van het ontbundelen en bundelen is te vinden in de muziekindustrie. Daar verloren cd’s in het begin van deze eeuw rap terrein aan iTunes, dat individueel aan te schaffen mp3’s introduceerde (ontbundelen).
Maar met al die losse mp3’s raakten muziekbibliotheken gefragmenteerd. Eigenlijk was het ook wel handig om voor een vast bedrag alle muziek op één plek te hebben. En daar kwam Spotify, en later Apple Music, om de hoek kijken (bundelen).
Zo’n alles-in-één massaplatform biedt echter weinig ruimte voor specifieke subgenres om zich te organiseren en te uiten. Een logisch gevolg is een platform als Idagio; een relatief nieuwe muziekstreamingdienst die specifiek is ingericht op verschillende uitvoeringen van klassieke muziek (ontbundelen).
Vertaling naar content
Leuk en aardig, maar wat kunnen we er in content mee? Welnu, bundeling en ontbundeling lijken elkaar continu te corrigeren, en dat principe kun je perfect in je contentstrategie toepassen. Is er weinig specialistische content in jouw markt te vinden? Dan is ontbundeling de logische zet. Is content juist heel gefragmenteerd en ontbreekt het aan een centrale kennisbank of contentverzameling rond een thema? Dan heb je de ideale voedingsbodem voor bundeling te pakken.
Op basis hiervan zijn er grofweg twee manieren om een onderscheidende positie te claimen met je content:
A. Vind een niche
Wat?
Zoom in op een onderwerp, sub-onderwerp of zelfs sub-sub-onderwerp, waar nog (bijna) niemand content voor maakt.
Wanneer?
Als de content in je markt een breed scala aan onderwerpen behandelt, maar daarin vrij algemeen en oppervlakkig blijft.
Voorbeeld:
Karwei was lange tijd een doorsnee bouwmarkt, zowel qua product als qua content. Zo waren de klusvideo’s van het bedrijf duidelijk en behulpzaam, maar ook behoorlijk algemeen en weinig onderscheidend ten opzichte van wat andere bekende bouwmarkten deden.
Karwei dook daarom in een wat specifiekere niche, en profileert zich nu als ‘De bouwmarkt met smaak’: een doe-het-zelf-zaak met een duidelijke focus op esthetiek. Dat specifieke snijvlak van expertises was in Nederland een gebied waar nog geen of weinig content voor werd gemaakt. Karwei maakte een slimme keuze en is nu hét merk voor liefhebbers van een mooi interieur die bereid zijn de handen uit de mouwen te steken.
Dat levert nu ook specifiekere YouTube-formats op, zoals ‘Huis make-overs’, ‘Wooninspiratie van Karwei’ en ‘Upcyclen met Karwei’.
Aandachtspunt:
Het risico van het inzoomen op een niche is dat je zó specifiek wordt dat het publiek dat overblijft te klein is om rendabel te kunnen blijven bedienen. Professionele video’s maken voor een handjevol mensen is immers al gauw niet meer vol te houden (het kruispunt van Jamie Catherine Barnett is een handig model om dit te voorkomen).
Tegelijkertijd moeten we het gevaar om publiek te verliezen ook niet groter maken dan het is. Stel, je maakt enkel en alleen content over appeltaarten. Is je publiek dan beperkt tot mensen die alléén appeltaart lusten? Nee, zeker niet. Je richt je op publiek dat óók appeltaart lust. Om op te vallen met je content hoef je dus niet alles te bieden waar je doelgroep naar op zoek is, je moet ervoor zorgen dat je íets biedt waar je doelgroep naar op zoek is. Wat je daarnaast nog meer te bieden hebt, kun je altijd daarna nog vertellen.
Dat bewijzen influencers en particuliere content creators al jaren. Zo steelt Emily Zugay de show op TikTok door logo’s van merken op humoristische wijze te redesignen. Is ze daarmee alléén interessant voor designers van logo’s? Dat lijkt onwaarschijnlijk, gezien het feit dat ze 2,2 miljoen volgers heeft.
Word een one-stop-shop op het gebied van content binnen een breed domein. Welke vraag mensen ook hebben over het onderwerp: ze moeten voor betrouwbare content bij jou terecht kunnen.
Wanneer?
Als de content in je markt sterk gefragmenteerd of zelfs tegenstrijdig is en het je publiek veel moeite kost om alle benodigde informatie bij elkaar te verzamelen.
Voorbeeld:
Het contentaanbod voor aanstaande of nieuwe ouders is enorm. Van ideeën voor babynamen tot voedingtips tijdens de zwangerschap en slaaptips voor de baby: het internet staat er vol mee. Het probleem is alleen dat sites elkaar nogal eens tegenspreken, of niet volledig zijn. Zo stuit je in je zoektocht al gauw op 101 verschillende bronnen en zie je door de bomen het bos niet meer.
Nutricia is daarom begonnen met ‘Nutricia voor jou’: één platform waarop ouders alles kunnen vinden wat ze nodig hebben gedurende de zwangerschap en na de bevalling. Van vluchtkoffer tot ovulatiecalculator en zelfs een babynamen-generator. Wel zo comfortabel, alles op één overzichtelijke plek. Sterk idee, sterk uitgevoerd.
Aandachtspunt:
Het kost erg veel energie om op iedere vraag altijd het meest complete, beste en meest actuele antwoord te hebben. Laat je ergens een steek vallen, dan biedt dat ruimte voor andere organisaties om te gaan ontbundelen; ze gaan zich bijvoorbeeld specifiek richten op voedingstips, maar zijn daarin wel nét een tandje beter dan jij.
Het gevaar is dus dat je overal goed in bent, maar nergens in uitblinkt. Je doelgroep kan jou dan toch links laten liggen. Merk je dat dit gebeurt, en lukt het je niet om die strijd te winnen, dan kun je overwegen bepaalde subonderwerpen toch af te stoten. Zo houd je een krachtige basis over waar je al je middelen op kunt richten.
Wat als je contentmarkt is verzadigd?
Het kan in theorie gebeuren dat de markt waarvoor je content wil maken volledig verzadigd is, met zowel organisaties die zich richten op alle voor jou relevante niches als organisaties die het hele domein willen bestrijken. In dat geval kun je je niet onderscheiden op basis van de twee aangedragen opties. Je zal met dezelfde inhoud moeten winnen op basis van kwaliteit, stijl of andere vormfactoren.
Tip: ontdek welke content in jouw markt aanslaat met behulp van Discover in Coosto.
Coolblue wordt bijvoorbeeld vaak geroemd om de uniciteit (in content). Maar is het je weleens opgevallen dat Coolblue in veel uitingen inhoudelijk niet eens zo anders is dan veel concurrenten? De veelgeprezen pay-per-note actie is eigenlijk ‘gewoon’ een prijsvraag, die zoveel andere elektronica-webwinkels ook organiseren. En die rebus-reclames zijn voor sommigen misschien grappig, maar het blijft een reclame voor producten die concurrenten ook aanbieden.
Toch zal iedereen beamen dat Coolblue uniek in zijn soort is. Waar zit dat nu precies in? Het is vooral de kwaliteit en de tone-of-voice die deze content onmiskenbaar Coolblue maakt. Die zorgen ervoor dat veel mensen Coolblue waarderen en graag kijken naar de content die het bedrijf maakt.
Je kunt dit ook vertalen naar je eigen markt. Stel, je bent een plantenkwekerij en je vindt het moeilijk om je te onderscheiden met content. Er zijn specialisten op de markt die zich specifiek richten op bepaalde soorten planten, en generalisten die je van A tot Z kunnen vertellen over het behandelen van welke plant dan ook.
Ze communiceren echter allemaal nogal formeel, terwijl tuinieren toch vooral een leuke en ontspannende bezigheid zou moeten zijn. Je kunt je met een geheel eigenzinnige stijl dan toch nestelen in de hoofden en harten van je doelgroep. Verzin bijvoorbeeld een challenge waarbij mensen een lastig te onderhouden plant in moeilijke omstandigheden zo lang mogelijk in leven moeten zien te houden. Met een aanmoedigingsprijs voor de verliezer, want tuinieren doe je voor de lol!
Inhoudelijk vertel je niets anders – de tips om planten te laten overleven staan tenslotte overal online – maar het is de vorm en productiekwaliteit waar je mee scoort.
Aandachtspunt:
Winnen op kwaliteit is altijd goed, maar het is belangrijk dat een eigen stijl niet een doel op zich wordt. Een stijl moet bij je merk passen en zitten als gegoten, anders gaat het niet werken. Zoek dus niet alleen naar ruimte in de markt (‘welke stijl wordt nog niet gehanteerd’) maar bedenk ook goed of je je wel moet wagen aan die serieuze, humoristische, nonchalante of juist formele tone-of-voice.
In drie maanden leidde het publieke online debat over woningnood tot 55.560 reacties; van alle gemeten woede-uitingen heeft 58% een hoge intensiteit.
Eindhoven, 15 april 2026: Nederland kampt met een aanhoudende wooncrisis, stagnerende bouwdoelen en felle discussies over betaalbaarheid. Tegen die achtergrond analyseerde Coosto het publieke online debat over woningnood. Tussen 2 november 2025 en 2 februari 2026 werden 27.039 publieke online berichten en de bijbehorende 55.560 reacties onderzocht, goed voor een bereik van 114 miljoen weergaven. De analyse laat zien dat het debat verder verhardt: frustratie en bezorgdheid domineren in volume, terwijl vooral de hoge intensiteit van woede-uitingen opvalt.
Frustratie voert de boventoon, intensiteit van woede valt op
Uit de analyse blijkt dat frustratie de meest voorkomende emotie is, gevolgd door bezorgdheid. Omdat binnen één bericht meerdere emoties kunnen voorkomen, overlappen de percentages.
Frustratie: aanwezig in 16.400 berichten (61%)
Bezorgdheid: aanwezig in 13.800 berichten (51%)
Teleurstelling: aanwezig in 8.162 berichten (30%)
Woede: aanwezig in 7.465 berichten (28%)
Ook is per emotie gekeken naar de intensiteit: laag, gemiddeld of hoog. Hoewel frustratie het vaakst voorkomt, valt binnen de categorie woede vooral de intensiteit op. Van de gemeten woede-uitingen is 58% hoog van intensiteit.
Van nieuwsbericht naar lokaal oordeel
Nieuwsmedia zijn met 40% van de berichten de grootste aanjager in de analyse. Daarna verplaatst het gesprek zich naar platforms als Facebook (28%) en X (19%), waar de discussie zich voortzet in 14.438 social media-berichten. Binnen het totale volume van 82.599 interacties laat de data een verschuiving zien van onmacht over landelijk beleid naar oordelen over lokale situaties. Interpretaties rond specifieke thema’s, zoals scheefwonen of lokale asielopvang, verspreiden zich daarbij snel. Daarmee groeit woningnood online uit tot een steeds gevoeliger reputatievraagstuk voor woningcorporaties en andere organisaties in het woondomein.
Piekmomenten: van woonkloof tot bouwvergunningen
In de analyseperiode zijn meerdere piekmomenten zichtbaar waarin emotie, bereik en interactie toenemen, gekoppeld aan nieuwsaanleidingen:
13 januari, piek in frustratie: rond berichtgeving over de woningmarkt en de positie van starters, met een bereik van 2,9 miljoen weergaven.
30 januari, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over bouwvergunningen en het aanhoudende woningtekort, met 3.595 reacties en 8,4 miljoen weergaven.
3 december, waardering rond lokale successen: positief sentiment in de vorm van waardering en trots bereikte 292.207 weergaven, onder meer rond gemeenten die hun bouwdoelen in 2025 wel haalden.
Maxime van Boekhold, Marketing & Communicatie Manager bij Coosto: “Met 27.039 berichten en 55.560 reacties ontstaat snel beeldvorming over woningnood. Wanneer woede daarbij vaak hoog van intensiteit is (58%), verhardt het publieke gesprek en kan dat direct doorwerken in het vertrouwen in woningcorporaties en andere organisaties in het woondomein.”
Onderzoeksmethode
Coosto analyseerde 27.039 publieke online berichten over de woningnood in de periode van 2 november 2025 tot en met 2 februari 2026. Emoties en intensiteit zijn gemeten met EmotionAI: een AI-gedreven model dat berichten indeelt in specifieke emotiecategorieën en de bijbehorende intensiteit bepaalt (laag, gemiddeld, hoog). Alle resultaten worden uitsluitend op geaggregeerd niveau gerapporteerd.
Schoolveiligheid onder de loep: emoties als stuurinstrument
Het online debat over schoolveiligheid wordt steeds emotioneler. Negatieve gevoelens zoals bezorgdheid, frustratie en woede domineren, terwijl positieve signalen afnemen. Die verschuiving vraagt om inzicht in emoties, intensiteit en context om effectieve communicatie en beleidsbeslissingen te ondersteunen.
Onderzoek naar sentiment rond schoolveiligheid
In een analyse van 12.425 publieke online berichten (november 2025 - februari 2026) zagen we dat het aandeel negatieve emoties opliep tot 61%, terwijl positieve signalen terugvielen naar 18%.
Wat vooral opvalt, is niet alleen de richting van die ontwikkeling, maar de samenstelling ervan. Bezorgdheid is in 65,5% van de berichten aanwezig. Daarnaast zien we frustratie (39,7%), woede (27%) en teleurstelling (20,6%) steeds nadrukkelijker terugkomen. Je zou hieruit kunnen concluderen dat er duidelijk zorgen leven in Nederland rond de veiligheid van kinderen op school.
Emotionele pieken in het online debat zichtbaar
Tijdens de onderzoeksperiode zijn verschillende momenten zichtbaar waarop emoties en interactie sterk toenemen. Deze pieken zijn direct gekoppeld aan nieuwsitems of evenementen, wat laat zien dat emoties in het onderwijsdebat niet zomaar ontstaan, maar een reactie vormen op specifieke triggers.
22 januari – Frustratie rond geweldsvideo’s Op deze dag bereikte frustratie een hoogtepunt. Media berichtten over geweldsvideo’s die zouden circuleren op middelbare scholen. Dit leidde tot meer dan 3.000 reacties, waarin ouders, leerlingen en leraren hun bezorgdheid en kritiek uitten. De intensiteit van frustratie was hier opvallend hoog, wat aangeeft dat berichten over dreigend of ongepast gedrag direct emotionele reacties oproepen.
22 januari – Bezorgdheid door digitale dreiging Op dezelfde dag was ook een piek in bezorgdheid merkbaar, gerelateerd aan berichten over mogelijke schoolsluitingen door digitale dreigingen. Deze combinatie van frustratie en bezorgdheid toont hoe nieuws over veiligheidsrisico’s snel emotioneel geladen discussies kan triggeren en beleidsdruk kan verhogen.
9 december – Bezorgdheid over gelijke behandeling Een eerdere piek deed zich voor op 9 december, rond berichtgeving over gelijke behandeling op school. Hier lag de nadruk op structurele zorgen en maatschappelijke normen, wat laat zien dat negatieve emoties niet alleen ontstaan bij acute incidenten, maar ook bij brede beleids- en cultuurvragen binnen onderwijsinstellingen.
12 december – Trots tijdens Paarse Vrijdag Niet alle pieken zijn negatief. Op 12 december ontstond een duidelijke piek in trots, gekoppeld aan Paarse Vrijdag, een initiatief voor acceptatie en een veilige schoolomgeving. Hier laten positieve emoties zien dat tastbare acties en samenwerking direct bijdragen aan erkenning, waardering en zichtbare trots in het online debat.
Sarcasme herkennen in online gesprekken
Sarcasme is lastig te meten, omdat mensen vaak het tegenovergestelde zeggen van wat ze bedoelen. De interpretatie hangt sterk af van context, toon en eerdere interacties. Een opmerking als:
“Oh fantastisch, nóg een maatregel die niemand controleert”
klinkt positief, maar drukt juist frustratie en wantrouwen uit. Ook dat soort nuance wordt zichtbaar met EmotionAI.
Waarom sarcasmedetectie belangrijk is
Sarcasme kan wijzen op afnemend vertrouwen in beleid of betrokken organisaties. Het herkennen ervan is daarom essentieel om sentiment niet verkeerd te interpreteren. Door sarcasme te onderscheiden van oprechte positiviteit, krijgen bestuurders en communicatieteams beter zicht op verborgen kritiek, onderliggende zorgen en mogelijke reputatiedruk.
Emoties verschuiven rond beleid en uitvoering
Uit de analyse blijkt dat emoties niet willekeurig ontstaan, maar zich concentreren rond thema’s als verantwoordelijkheid, maatregelen en samenwerking.
Zolang beleid abstract blijft, domineren zorgen en frustratie.
Zodra de uitvoering zichtbaar wordt — bijvoorbeeld in samenwerking tussen scholen, politie en lokale partners — maken die negatieve emoties vaker plaats voor trots en waardering.
Positieve emoties blijken daarmee sterk verbonden aan concrete actie. Voor bestuurders betekent dit dat reputatie niet alleen wordt beïnvloed door incidenten, maar vooral door de mate waarin maatregelen zichtbaar, begrijpelijk en navolgbaar zijn.
Reputatiemanagement vraagt om context
Niet alleen het volume bepaalt de reputatiedruk, maar ook de intensiteit en lading van berichten. Een beperkt aantal sterk emotionele reacties kan meer impact hebben dan een grote stroom milde opmerkingen. Door emoties altijd in context te analyseren — bijvoorbeeld per thema, school of maatregel — ontstaat een betrouwbaarder en genuanceerder beeld van het publieke sentiment. Dat helpt om:
Structurele zorgen vroegtijdig te signaleren
Te herkennen wanneer kritiek omslaat in verontwaardiging
Gerichte interventies te bepalen die vertrouwen helpen herstellen
Van emotioneel inzicht naar strategische keuzes
Het debat over schoolveiligheid laat zien dat reputatievorming steeds meer wordt gestuurd door onderliggende gevoelens die worden uitgesproken en anderen beïnvloeden, niet alleen door feiten of incidenten.
Wie alleen kijkt naar positief, negatief en neutraal sentiment, mist de emotionele dynamiek die het gesprek richting geeft, en daarmee controle.
Door emoties, intensiteit en context samen te analyseren, krijgen onderwijsbestuurders strategisch inzicht: niet alleen om reputatierisico’s te beperken, maar ook om draagvlak te versterken.
Lees meer over EmotionAI en ontdek hoe je maatschappelijke discussies vertaalt naar een onderbouwde communicatiestrategie en effectieve beleidsvorming.
Online debat over schoolveiligheid: woede sterk aanwezig
Woede is in 63% van de gevallen hoog van intensiteit; 14.362 reacties in drie maanden
Eindhoven, 4 maart 2026: Het aantal geweldsincidenten in het onderwijs nam afgelopen schooljaar opnieuw toe. Tegen deze achtergrond analyseerde Coosto het publieke online debat over veiligheidsrisico’s in het onderwijs, waaronder geweld, intimidatie, (online) pesten, discriminatie en seksuele grensoverschrijding. In de periode van 11 november tot en met 11 februari werden 17.014 publieke online berichten geanalyseerd: 2.652 posts met 14.362 reacties. Het totale geschatte bereik in deze periode bedraagt 24.582.926 weergaven. De analyse toont een fundamentele verharding van het debat; hoewel bezorgdheid in volume domineert, is de emotionele intensiteit van de woede-berichten opvallend hoog.
Bezorgdheid voert de boventoon, intensiteit van woede valt op
In de emotieverdeling komt bezorgdheid het vaakst voor (24,84%), gevolgd door frustratie (12,45%). In het debat komt ook woede nadrukkelijk terug (7,30%).
Naast de verdeling is gekeken naar intensiteit (laag, gemiddeld, hoog). Daarbij valt op dat woede relatief vaak als hoog is geclassificeerd (63,2% van de woede-berichten). Ook bij bezorgdheid en frustratie komen regelmatig berichten met hoge intensiteit voor.
Van incident naar oordeel
De data laat zien hoe snel dit onderwerp kan verschuiven van incident naar oordeel. Met 14.362 reacties op 2.652 posts ontstaat een debat waarin interpretaties en verwijten zich snel verspreiden. Dat maakt onderwijsveiligheid reputatiegevoelig: incidenten kunnen in korte tijd doorwerken in het vertrouwen in scholen en besturen.
Toine Verheul, CEO van Coosto: “Met 14.362 reacties op 2.652 posts ontstaat snel beeldvorming over schoolveiligheid. Als woede daarbij hoog-intens is (63,2%), verhardt de toon en kan dat doorwerken in het vertrouwen in scholen en besturen.”
Nieuws als aanjager, social versterkt
Meer dan de helft van de berichten in de dataset is afkomstig uit nieuwsmedia (53,4%). Daarna volgen Facebook (18,6%), blogs (9,4%) en Instagram (8,3%). Dit wijst op een patroon waarin nieuwsaanleidingen het onderwerp op de agenda zetten, waarna het debat doorloopt op social media en in reacties.
Piekmomenten: van geweldsvideo’s tot Paarse vrijdag
In de periode zijn meerdere pieken zichtbaar waarin emoties en interactie toenemen, gekoppeld aan nieuwsaanleidingen:
22 januari, piek in frustratie: rond berichtgeving over geweldsvideo’s die op middelbare scholen zouden circuleren. Dit onderwerp leidde tot meer dan 3.000 reacties.
22 januari, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over digitale dreiging, waarbij scholen tijdelijk zouden moeten sluiten.
9 december, piek in bezorgdheid: rond berichtgeving over gelijke behandeling op school.
12 december, piek in trots: rond Paarse Vrijdag, met uitingen van steun voor acceptatie en een veilige schoolomgeving.
Onderzoeksmethode
Coosto analyseerde 17.014 publieke online berichten over veiligheidsrisico’s in het onderwijs in de periode 11 november t/m 11 februari. Emoties en intensiteit zijn geclassificeerd met EmotionAI, een AI-gebaseerde methode voor emotieclassificatie die berichten indeelt in meerdere emotiecategorieën en intensiteitsniveaus (laag, gemiddeld, hoog). Resultaten worden uitsluitend op geaggregeerd niveau gerapporteerd.
Ontdek in real-time hoe klanten jouw merk ervaren — van klachten tot complimenten. Monitor de sentimenten in online berichten en reviews, en reageer proactief om je reputatie te beschermen en te versterken.